sm-02.jpg
smaak, zn m smaak (smaken mv) [smak]
1 zintuig waarmee je kunt proeven 2 wat je proeft, een lekkere smaak, jam in verschillende smaken, frisdrank met vruchtensmaak 3 voorkeur van iemand persoonlijk, smaken verschillen, naar mijn smaak is het beter dat... 4 gevoel voor wat mooi is, zij heeft smaak en draagt altijd elegante kleren, de smaak te pakken krijgen, (iets) leuk gaan vinden en ermee doorgaan, in de smaak vallen, gewaardeerd worden, mijn nieuwe jurk viel in de smaak bij mijn partner

“Zoveel mensen zoveel smaken”

Smaak staat voor iets persoonlijks; iedereen heeft zijn eigen smaak. Smaak staat voor food, maar ook voor non-food. Smaak staat voor ruimtelijke invulling en visuele gedachten. Smaak staat ook voor een wijze van werken en een hoge kwaliteit.

Als algemene regel is de smaak een perceptie van de interactie van de fundamentele smaken van zoet, zuur, bitter, zout, en umami. Umami is een Japans woord dat 'heerlijkheid' of 'hartig' betekent.